Is er al wat te zien op het landgoed?

Vingerhelmbloem

Het wil nog niet echt opschieten met het voorjaar. Hoewel we al bijna in de maand april zitten hebben we nog steeds te maken met nachtvorst… De natuur wil hier echter niets van weten en is langzaamaan al met het voorjaar begonnen.
Bosanemoon
In het kapelenbos staan de eerste planten al in bloei. Onder andere de bosanemoon, vingerhelmbloem, narcis en sneeuwklokjes zijn al bloeiend te zien. De bosanemoon is een loofbosplant van gerijpte en rijke bodems. De plant groeit vooral op leem, löss, oude kleigronden en oude rivierduinen, in vrij droge tot vrij natte omstandigheden. Daarnaast is de Bosanemoon veel als stinzenplant gebruikt op landgoederen. De bosanemoon is er vroeg bij met bloeien, op deze manier maakt hij gebruik van het aanwezige licht op de bodem. Als over een paar weken de bomen weer in blad staan komt veel minder licht op de bodem. De plant sterft in de voorzomer bovengronds af maar de resten blijven tot in de zomer nog aanwezig. De zaden van de bosanemoon worden onder andere door mieren verspreid.
Groene specht
Ook de groene specht laat zich de laatste tijd weer veelvuldig zien en horen. Let hierbij op de kenmerkende ‘’lachende’’ roep. Laatst zag ik hem op de dijk voor de school naar eten zoeken. Ook zijn algemenere familielid de grote bonte specht is te zien op het landgoed. Deze specht maakt zijn aanwezigheid kenbaar door op bomen te ‘’roffelen’’. Gisteren waren er twee grote bonte spechten aan het roffelen dus de kans is groot dat er straks gebroed gaat worden door de grote bonte specht.
Mijn mooiste waarneming op het landgoed van afgelopen week was op woensdag. Toen ik tijdens het werken aan het Geïntegreerd landschapsplan even naar buiten keek vloog er grote ‘’ooievaar-achtige’’ vogel over. Toen ik het beest door m’n verrekijker bekeek bleek het een Kraanvogel te zijn! Ik riep meteen groepsgenoot en medevogelaar Willem Schulte erbij die zo de vogel ook nog even kon bewonderen. 

Tekst en foto’s: Jurgen Rotteveel
Bron: Oecologische flora deel 1 – E. Weeda  1985

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *