Het is weer zover: de paddentrek!

Elk jaar tussen februari en april wanneer de bodemtemperatuur 4 a 5 graden is trekken de padden vanaf hun overwinteringplaats naar de plek waar ze eieren gaan leggen. Ze overwinteren in de begroeiing van bossen parken en in tuinen, ingegraven onder bladeren, onder houtstapels en in holen. Ook op Landgoed Larenstein is het weer zo ver en daarom nemen we een kijkje in het paddenleven.
Padden blijken te beschikken over een soort postduiveninstinct waardoor ze terugkeren naar het water waar ze zelf uit het ei zijn gekomen( soms meer dan 2 km). Hoe dit kan is nog niet bekend maar uit tests blijkt dat de reuk geen rol speelt en veranderingen op de route geen probleem vormen. De mannetjes beginnen eerst aan de tocht en proberen zich onderweg vast te klampen aan een passerend vrouwtje (herkenbaar aan de opgezwollen buik vol met eitjes). Een graad of 10 en regenachtig weer, dat zijn niet voor iedereen ideale weersomstandigheden maar wel voor de paddentrek. Een beetje pad laat zich niet vellen door onverwachtse kou, bij vorst graven ze zich ter plekke in.
Als mannetjespad valt het niet mee, de concurrentiestrijd is enorm door het grote overschot aan mannen. Daardoor kan het voorkomen dat een iets te enthousiaste pad een ander mannetje, een kikker of een dode vis in de paargreep (amplexus) neemt. Drie dagen na aankomst op locatie begint de eigenlijke paring. Hierbij perst het vrouwtje haar eiersnoeren naar buiten en bevrucht het mannetje de eieren. Na de paring trekken ze verder naar hun zomerverblijven waar ze zich overdag schuil houden en `s nachts jagen op slakken en insecten. Als de zomer voorbij is trekken de geslachtsrijpe padden naar hun overwinteringplaats en de overige padden zoeken ter plaatse een plek om te overwinteren.
Tekst: Niek Meister
Foto: Robin Kraaij

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *