Boomkruiper of toch klever?


Boomklever

In deze blog wil ik het hebben over twee vogelsoorten die beide op het landgoed te zien zijn. Namelijk de Boomkruiper (Certhia brachydactyla) en de Boomklever (Sitta europaea), twee vogels die vaak met elkaar verward worden maar eigenlijk best van elkaar verschillen. Ze klimmen weliswaar allebei over bomen maar qua uiterlijk en leefwijze verschillen ze van elkaar.

Boomklever

Allereerst de drukste van de twee, de Boomklever. De Boomklever is een kleine zangvogel met een blauw bovenlichaam, een oranje buik en een zwarte oogstreep. Boomklevers hebben een puntige snavel waarmee ze insecten onder schors vandaan halen, ook eten ze af en toe noten en zaden wat de Boomklever in Engeland de naam Nuthatch heeft opgeleverd. Boomklevers klimmen in tegenstelling tot de Boomkruiper zowel omhoog als omlaag langs bomen. Hierbij maakt hij gebruik van zijn sterke poten. Daarnaast komen Boomklevers ook geregeld op de grond om voedsel te zoeken tussen bladeren. Boomklevers nestelen vaak in nestkasten of in oude nestholen van spechten. De opening wordt dan soms kleiner gemaakt door modder rond de ingang te smeren. Dit doen ze om Spechten en Eekhoorns buiten de deur te houden.

Het geluid van de Boomklever is erg herkenbaar, tijdens het foerageren laten ze vaak hun luide roep horen. De Boomklever is sterk gebonden aan oude bossen, daarnaast zijn het standvogels die slechts kleine afstanden afleggen vanaf hun geboortegrond. Het grootste deel van de Boomklevers leeft op de Veluwe, sinds de jaren 70 zijn Boomklevers sterk uitgebreid richting Noord-Brabant, Limburg en Drenthe. In zeeklei gebieden komen Boomklevers amper voor omdat hier weinig geschikte bos is en de vogels kleine afstanden vliegen.


Boomkruiper

Dan nu de Boomkruiper. Boomkruipers zijn erg onopvallend en je moet goed opletten om er eentje te kunnen zien. Boomkruipers zijn bruin en hebben een witte buik. De snavel is pincetvormig en zeer geschikt om insecten en spinnen tussen schors en bast vandaan te halen. Boomkruipers klimmen altijd omhoog langs de boomstam, hierbij leunt ie, net als spechten, op zijn staart. Een omhoog klimmende Boomkruiper lijkt wel een beetje op een muisje dat tegen de boom opklimt.

Ook de Boomkruiper is een vogel van oude loofbossen maar komt ook buiten bosgebieden voor. Boomkruipers nestelen o.a. in boomholte ’s, maar ook gebouwen bieden een geschikte broedplek. Zo zag ik een keer dat een paartje Boomkruipers een nest had gebouwd achter de ventilatieopening van een boerderij. Landelijk ligt het aantal Boomkruipers tussen de 80.000 en 120.000 paar en dit aantal neemt ligt toe.
Rond deze tijd van het jaar laten Boomkruipers zich van hun meest sociale kant zien. Om warm te blijven zoeken ze elkaar op en slapen ze dicht tegen elkaar zodat er een bolletje van Boomkruipers ontstaat.
Geluid van Boomkruiper: http://waarneming.nl/soort/sounds/71
Foto van slapende Boomkruipers: http://agami.nl/index.gallery.php?gid=76&img=9
Tekst en foto’s: Jurgen Rotteveel
Bron: 
– Sovon vogelonderzoek Nederland 2002 – Atlas van Nederlandse Broedvogels – KNNV – Leiden

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *